Het meisje aan de kust
Ik heb altijd al een haat-liefdeverhouding gehad met het leven. Ik kan intens genieten van kleine dingen. Een warme kop koffie, het geluid van de stilte van de natuur, het gevoel van het warme zand dat tussen je tenen glipt, de glimlach van die oude vrouw die met weemoed naar een klein kind kijkt dat speels voor zijn moeder uitrent. Ik beleef het allemaal intens en hartstochtelijk. Tegelijkertijd kan het gewicht van de hele wereld op mijn schouders drukken. Een niet te tillen gevoel van melancholie dat diep in mijn hoofd en hart kruipt. Het leeft zo dicht naast elkaar dat er soms geen onderscheid meer te maken valt. Licht en duisternis, euforie en somberheid, haat en liefde.
Ik herinner me nog goed dat we zomerdagen lang leefden op het strand. Een onbezonnen meisje van acht jaar met haar familie en beste vriendin. Meer was er niet nodig om gelukkig te zijn. Op die lange, warme zomerdagen liepen we van de zee naar onze strandhanddoek. De enige zorg die we hadden, was toen er een oostenwind opstak en we werden vergezeld door kwallen. Die zomer was het leven mooi. Toen deed het nog geen zeer.
Vaak denk ik nog terug aan dat meisje van acht jaar dat met zonsondergang nog in de zee lag te dobberen. Dat meisje dat met haar zilte haren door het mulle zand kon rennen. Niet wetend dat diezelfde benen haar een paar jaar later in de steek zouden laten. Dat de armen waarmee ze toen ferm het zeewater trotseerde, later dienst zouden gaan weigeren.
Als ze dit alles geweten had, zou ze dan nog harder zijn gaan rennen? Zou ze zich dan nog verder hebben laten meevoeren door de golven?
Met weemoed zie ik dat meisje voor me. Dat meisje daar aan de kust. Want het lijkt alsof er niet veel meer van haar over is. Want de vrouw die zij nu is, is maar een schim van het gelukkige meisje dat ze toen was. Een compleet ander persoon, met gek genoeg dezelfde herinneringen. Een onvermoeibaar kind dat zonder waarschuwing veranderde in een diep vermoeide en zieke vrouw.
Die zomer was de kwal de grote kwelgeest, nu is het leven zelf dat geworden. De warme zomerzon werd een donkere slaapkamer en de strandhanddoek werd ingewisseld voor een bed. Mijn leven kwam tot stilstand, terwijl de wereld zonder blikken of blozen verder ging. Maar geloof het of niet, ik heb niet verloren van het leven. Simpelweg omdat ik er nog ben. Niet meer hetzelfde. Misschien nooit meer hetzelfde. Maar wanneer er toch een warme zonnestraal zich een weg baant door het kiertje van de gordijnen, voel ik dat haar warmte mijn ziel weet te raken. En eventjes, heel eventjes, ben ik weer dat meisje van acht op haar Jip en Janneke strandhanddoek.
Ik heb altijd al een haat-liefdeverhouding met het leven gehad. We delen wel en wee. Maar zolang we dat samen doen, komen we er wel.
Reactie plaatsen
Reacties